| Zeilen met de DAYDREAM | ||||||||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
|
|
EMYR 2009
Het weerzien met oude kennissen in Kekova, het punt waarop wij ons bij de EMYR hebben gevoegd, was hartverwarmend. Deze 20-ste EMYR is één grote reünie, omdat er alleen jachten aan mee doen, die al eens eerder aan de rally hebben meegedaan. De volgende dag, donderdag 14 mei, zijn we naar Finike gezeild, de laatste stop voor het officiële startpunt. Hier hebben we de laatste reserveonderdelen voor de boot gekocht, een aantal wasjes laten draaien en ‘s avonds was het feest met dansen. Op zaterdag 16 mei voeren we Kemer binnen, een haven ten zuidwesten van Antalya, het startpunt voor het internationale deel van de EMYR. Er zijn veel formele plechtigheden, bijgewoond door vertegenwoordigers (van havens) uit de verschillende landen, maar ook veel sport, diners en feest, vooral bedoeld om elkaar goed te leren kennen.
Op 19 mei zeilden we van Kemer naar Alanya, 68
nautische mijlen (NM, 1 NM is ongeveer 1,8 km). We hebben weinig aandacht
besteed aan deze stad, op het grandioze diner aan het water na, maar de tijd
vnl. gebruikt met het bevoorraden en poetsen van het schip, voordat Guus, ons
bemanningslid voor de nachtelijk overtochten, aan boord kwam. Hij vaart mee op
de Karma, een 45voets Dufour met in totaal 5 mensen en ze hebben tijdens zwaar
weer maar slaapplaats voor 4. Dus een perfecte combinatie, door hem kunnen wij
onze nachtwachten inkorten en krijgen we meer rust. We kennen hem al van onze
beide vorige EMYR’s en het wordt vast leuk. Natuurlijk hadden we op Noord Cyprus weer de befaamde ontvangst op het kasteel door de vicepresident en de volgende avond ons beruchte piratenbal.
Op dinsdag 26 mei staken we over naar Mersin, weer terug op de Turkse kust, een afstand van 108 mijl. We vertokken om 3 uur ‘middags en nu was Stella, de vriendin van Guus er ook bij. Stella en ik hadden samen de eerste wacht, tot 1 uur ’s nachts en de wind trok stevig aan en stond op kop. Tijdens de wacht van Guus is Gerhard erbij gebleven, het werd een vlagerige storm, zodat de zeilen, die dienden om ons toch een beetje strak door de golven te trekken, telkens een beetje versteld moesten worden. Om 6 uur wisselde ik Guus af en vlak daarna ging de motor telkens langzamer lopen. Het klonk alsof er geen brandstof meer was, terwijl de tank nog halfvol was, dus de conclusie was snel getrokken: vuiltje in de dieselaanvoer. We hebben de motor maar helemaal uitgezet, voordat hij het zelf deed en besloten verder op de zeilen te laveren. Bij de haven konden we dan evt. voor anker gaan en om een sleepje vragen om binnen te komen. Maar na een paar uur startte Gerhard de motor weer en tot onze verbazing: hij deed het weer! Doodmoe maar nog keurig op de geplande tijd voeren we de haven van Mersin binnen, waar we de dieselfilters verwisseld hebben: ze zaten vol vuil, blijkbaar hadden we vervuilde diesel getankt en kwam het vuil los door de hoge golven. We waren niet de enige met dit probleem bleek hier. De dag daarna heel vroeg op voor een
tweedaagse tocht naar Capadocië, een gebied van Turkije met de meest vreemde
rotsformaties, ontstaan doordat het zachte tufsteen snel erodeert en de hardere
delen overblijven. In de overgebleven delen zijn huizen en kerken (vanaf de
tijd van de eerste christenen ) uitgehouwen, evenals enorme steden onder de
grond, soms wel tot 20 verdiepingen diep, compleet met keukens, luchtschachten
e.d. In geval van een vijand konden er zo’n 5.000 mensen max. 5 weken
ondergronds verblijven,
met voldoende water en voedselvoorraad. We hebben een kruipdoor- sluipdoor
bezoek aan zo’n stad gebracht, de beluchting was zo goed dat het nergens vochtig
of bedompt rook.
Deze ondergrondse plaatsten worden nu veel gebruikt om fruit gedurende de winter te bewaren. We hebben de op deze manier gedroogde abrikozen geprobeerd: fantastisch!
De volgende ochtend bij zonsopgang hadden we een spectaculaire ballonvaart. Als in een droom gleed het landschap langzaam onder ons door, de zon kwam majestueus op boven de bergen, de nevel hing nog over het land, overal bloemen tussen de bizar gevormde rotsen. En dan de kleuren van al die ballonnen! Schitterend!
Na een chique diner bij het Hilton hotel, compleet met vuurwerk, was het bezoek aan Mersin afgelopen. Op zondag 31 mei voeren we af naar de laatste Turkse haven: Iskenderun, vlak boven de Syrische grens. Het
werd een heerlijke relaxte tocht langs de Turkse kust. We hadden met onze groep
besloten veel vroeger weg te gaan dan gepland, zodat we ergens langs de kust
gedurende de nachtvoor anker konden gaan. Dus deze keer geen opstappers, lekker
met z’n tweetjes op ons bootje, echt genieten. De Daydream zeilt zoals altijd
snel, zodat wij het perfecte ankerplekje konden vinden en dat aan de rest van
de groet konden doorgegeven. En zo kwamen ze de één na de ander tegen
zonsondergang binnen glijden en na een handzwaai voor anker en aan de borrel
gaan. Heel stil en heel mooi. De volgende ochtend op tijd op en we kwamen op de
afgesproken tijd in Iskenderun aan, onze laatste haven in Turkije, vlak boven de
Syrische grens. De vissersboten waren op elkaar gestapeld in een hoekje van de
haven, zodat wij alle ruimte kregen, heel vriendelijk.
Vanuit deze haven hebben we een excursie gemaakt naar een
gebied in de oosthoek van Turkije. na een uur rijden passeerden we de Eufraat.
Voor ons een magische naam .
We waren we in het gebied tussen de Eufraat en de Tigris, een historisch en vruchtbaar land, nu helemaal door de vele dammen die in beide rivieren zijn gebouwd, waardoor de zo ontstane stuwmeren water kunnen leveren. We
brachten een bezoek aan de heilige plaats Sanliurfa ” stad van de Profeet”,
nl. Abraham, waarvan men zegt dat hij hier geboren is. De stad is een
belangrijke pelgrimsplaats voor de Moslims en je bent meteen in het Midden
Oosten, en mijlen verwijderd van het Turkije zoals wij dit kennen, door de vele
vrouwen gekleed in zwarte chadors, mannen in de traditionele Arabische
hangbroeken, kleine kruidenwinkeltjes met scherpe geuren, etc..
Daarna verder naar het oosten, de bergen in om de volgende
dag de Mount Nemrut te beklimmen. Deze berg is 2150 m. hoog, de hoogste top in
de wijde omtrek van het Anti- Taurus gebergte . Pas in 1881 ontdekte een Duitse
ingenieur dat er op deze top een aantal grote beelden stonden en pas in 1953
zijn de opgravingen ervan begonnen.
![]()
Na nog meer gedenktekens van deze koning en de Romeinen te
hebben bekeken, waren we om 10 uur in het hotel terug voor een karig ontbijt,
waarna we de terugreis begonnen met het voorruitzicht van veel rust, omdat we de
avond daarop pas weer hoefden te varen. Onderweg kregen we echter het bericht
dat het de volgende dag zou gaan stormen en dat we , zodra we in Iskenderun
terugkwamen, moesten uitvaren naar Syrië, om de storm voor te zijn. Dat vonden
we tamelijk vervelend: we waren moe, hadden slecht gegeten en er was nauwelijks
tijd om te fourageren en eten te bereiden voor onderweg. Voor de zekerheid hadden we deze keer zowel Guus als zijn vriendin Stella aan boord, maar het werd een prachtige nacht, en pas bij onze aankomst in Lattakia, een havenstad met enorme tankers en containerschepen begon de deining, voorbode van de storm , stevig op te komen. Hadden we weer geluk!
Syrië staat bij ons altijd bovenaan het EMYR
verlanglijstje, vanwege zijn prachtige natuur, vriendelijke mensen, het echte
Midden-Oosten karakter, de schitterende monumenten uit de Romeinse oudheid en
natuurlijk het een beetje vreemde gevoel in “de As van het kwaad” te zijn.
Maar we vonden het land nu vuiler en meer vervallen dan 3 jaar geleden.
In Damascus zagen we , naast prachtige oude gebouwen, en schitterende
doorkijkjes naar luxe binnenplaatsen, veel armoede en troosteloosheid.
Onze gids vertelde dat het leven veel duurder was geworden, niet alleen door de economische isolatie , maar ook door de enorme stroom vluchtelingen uit Irak. Hij was ook meer zelfbewust over zijn land, diens geschiedenis en mogelijkheden, kritischer over het westen en riep minder om vrede dan de gids die we drie jaar geleden hadden. Dat kan een persoonlijk verschil zijn geweest. Maar misschien ook een begrijpelijke reactie als de hele wereld zich tegen je keert, en zeer verontrustend. Voor ons blijft het natuurlijk gissen wat mensen echt denken, omdat we ze niet privé ontmoeten en er geen vrijheid van meningsuiting is . Hadden we in Turkije een aantal nieuwe excursies, in Syrië (net als later in Libanon en Israël) waren ze hetzelfde als voorheen. Natuurlijk hebben we weer een excursie gemaakt naar het kasteel van Craq de Chevalier, een kasteel van de kruisvaarders,
en Palmyra “Queen of the Dessert”, waar prachtige
bouwwerken van de Romeinen bewaard zijn gebleven.
De
laatste dag in Syrië hebben we een excursie gemaakt naar Ugarit, een 5 duizend
jaar oude stad, waar tussen een enorme hoeveelheid kleitabletten het eerste
exemplaar van het alfabet gevonden is, waarschijnlijk het oefentablet van een
leerling. Ik vond het heel indrukwekkend om daar dan te staan. Omdat deze 20e EMYR een jubileum is, waren er in eerste instantie alleen schepen welkom die al eerder hadden meegedaan. Het idee van een reünie is aantrekkelijk, maar velen lieten het op het laatste moment afweten, vaak om gezondheidsredenen. Daardoor is er op de valreep een schrijven uitgegaan naar een aantal boten die zich al voor de EMYR 2010 hadden aangemeld, zodat er nu van de uiteindelijk 60 deelnemende boten, er toch nog zo’n 10 “nieuwe” bij zijn. En we zien het verschil: zij zijn razend enthousiast,
rollen van de ene excursie in het andere avontuur en weten van geen ophouden.
Wij hebben een houding van : we hebben alles al eens gezien, en gedragen ons
bezadigder en kritischer. Er is duidelijk maar één eerste keer voor alles!
Dinsdag 9 juni vertrekken we uit Lattakia, op naar Libanon. Jan , een broer van Guus, is deze keer onze opstapper en het wordt een rustige nacht. Nadat we ruim baan hebben gegeven aan de tankers, die off shore olie laden in Tripoli, kwamen we aan in de Club d’Áutomobile du Libanon in Jounieh op korte afstand van Beiroet. Beiroet werd vroeger vaak beschreven als het “Parijs van het Midden- Oosten”, omdat het onder Franse invloed en als een kopie van het Parijse straatbeeld is gebouwd. Het land kent sinds 1975 veel (burger) oorlogen, waardoor er veel vernield is. De restauratie gaat continu door en wordt door nieuwe oorlogen weer teniet gedaan. De laatste oorlog met Israël heeft naast gebouwen ook veel infrastructuur vernietigd, wat blijkbaar niet zo snel te herstellen is. Er zijn nog meer dan 300 bruggen (vooral over rivieren) kapot, waardoor het verkeer ernstig wordt belemmerd en alle spoorwegstations, spoorbanen en treinen zijn gebombardeerd, zodat treinverkeer niet meer bestaat. Je ziet nog overal massale portretten van de in 2005
vermoorde premier Hariri. Het onderzoek naar de moord stagneerde toen al snel
waarna in Beiroet een massa demonstratie van meer dan 1 miljoen mensen
plaatsvond, de grootste anti-overheids demonstratie die ooit in het Midden
Oosten heeft plaatsgevonden. We hebben weer de excursie gemaakt naar Baalbek, in de Beka vallei. Dit hadden we ook gedaan in 2004 en toen was de militaire activiteit aan de Syrische grens imponerend en bedreigend. Overal barricades met zandzakken en militairen met het geweer in de aanslag. Nu niets van dat alles, ook heel weinig opruiende pamfletten en vlaggen van de pro Syrische Hezbollah partij. Baalbek, bij de
Grieken en Romeinen bekend als Heliopolis, (stad van de zon) blijft
prachtig. Het is één van de mooiste en grootste monumenten van de Romeinen. Het
bouwen van dit complex duurde meer dan 10 generaties en heeft het leven gekost
van meer dan 10.000 slaven. Het is één van de oudste steden ter wereld,
eerst gebouwd als een centrum van aanbidding voor Baal, de Zonnegod, later door
de Grieken voor hun god Helios, en daarna de Romeinse god Jupiter. Overal zie je
dan ook de symbolen van zon en maan, maar ook Venus, en Bacchus werden
hier vereerd, vaak in grote bacchanalen. Nu worden er in de zomer
concerten gegeven, variërend van opera tot pop. Het moet prachtig zijn om dat
mee te maken in zo’n ambiance!
De afvaart vanuit Libanon naar Israël staat onder druk. Het is altijd al zo geweest dat we in het openbaar niet mogen zeggen dat we vanuit hier naar Israël gaan, dat land bestaat niet volgens Libanon. Op onze T-shirts is dan ook een route getekend die van Libanon naar zuid-Cyprus voert en van daaruit naar Israël. Maar het werd oogluikend toegestaan. Nu werd er gezegd dat het absoluut verboden was. Deden we het toch, dan konden we onderschept worden en was de lichtste straf dat we nooit meer Libanon in zouden mogen. Iedereen mag op eigen risico kiezen wat hij doet. Bijna iedereen gaat mee, de groepsdruk is groot, en we redeneren dat, als we als groep bij elkaar blijven de kans dat er wat gebeurt klein is. En zo varen we uit met Guus als bemanningslid. Om 24.00 uur missen we de eerste call van onze groep, bedoeld om te kijken of het goed met iedereen gaat, omdat hij luidkeels een aria aan het zingen is. We blijken ook de complete groep kwijt te zijn, varen iets te dicht bij de Libanese kust, maar er gebeurt niets. 5 Mijl voor het bereiken van de Israëlische wateren moeten we ons melden bij de Israëlische marine, deze is heel rustig en vriendelijk , zeker vergeleken bij vorige malen. We zien oorlogsschepen, soms beschijnen ze ons met zoeklichten, maar ze laten ons verder met rust. Op maandag 15 juni komen we in Haifa aan.
Op donderdag 18 juni varen we s’ nachts door naar het
zuiden van Israël, naar Askhelon.
‘s Avonds is het Rally diner en diezelfde nacht kunnen we
vertrekken, zodra we de paspoorten terugkrijgen. Die blijken meteen na afloop,
om twee uur ’s nachts voor ons klaar te liggen en we besluiten meteen weg te
gaan, in de hoop dat we dan de volgende avond bij Port Said in Egypte kunnen
ankeren, in afwachting van het binnen zeilen van het Suez kanaal, en zo nog een
beetje slaap te krijgen.
In Aswan gingen we aan boord van ons 5 sterren cruise schip en hebben daar s’ middags in de hitte de enorme stuwdam bezocht. Later op de dag een heerlijke zeiltocht in een feluca, naar een botanisch eiland in het midden van de Nijl. Het schip voer ‘s avonds af, om de volgende morgen vroeg bij de tempel van Kom Ombo aan te leggen, zodat we deze in de ochtendkoelte konden bekijken. Daarna verder, naar de tempel van Edfu, die we tegen de avond bezochten. De volgorde was perfect, elke tempel mooier, ouder en indrukwekkender dan de vorige. En helemaal schitterend om op het dek van het schip langzaam het landschap, de dorpen en de mensen die op het land werken aan je voorbij te zien gaan, om nog maar niet te spreken over de prachtige zonsondergang of de maanverlichte Nijl. We voeren langzaam naar Luxor, met zijn indrukwekkende Karnak tempel en de Vallei der Koningen, met zijn koningsgraven waarvan we een aantal mochten bezoeken. De kleuren van de afbeeldingen daarbinnen zijn zo schitterend, de afbeeldingen zelf zo mooi, we kwamen ogen tekort. In de Karnak tempel hebben we een spectaculaire licht en geluidshow meegemaakt en de drieduizend jaar oude geschiedenis begon te leven! De cruise was, naast de prachtige dingen die we zagen, ook
erg leuk. Het schip was helmaal voor ons, dus bij het zwembad of tijdens het
luieren op het dek bij zonsondergang, tijdens het eten of dansen, het
Egyptische feest of de felucavaart, het was altijd gezellig. En er ontstond
eindelijk de echte EMYR sfeer. Die had een beetje getaand, doordat er in Syrië,
Libanon en Israël geen “nieuwe” excursies waren georganiseerd, waardoor de
meesten op eigen houtje iets gingen ondernemen en we daardoor een beetje uit
elkaar raakten. Hier werd dat weer dubbel en dwars goedgemaakt.
Aan het einde van de twee dagen in Luxor zat onze cruise
erop en stapten we weer op de nachttrein terug naar Caïro en vandaar per
touringcar naar onze Daydream in Port Said.
Al met al was dit weer een heerlijke EMYR en we kijken er
met plezier op terug. Annette en Gerhard
|
|
||||||||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||||||||